mm 4      16.2

 

Kervin

 

De trektocht gaf ze weer alle gele­genheid voor het discour. Door een heuvellandschap met op elke hoogte weer zicht op een volgende. Kervin als kind al op zoek naar z’n waarheid, im wat voor wereld zit ik. Daarover willen lezen en opschrijven van wat hij ervan begreep. Op papier. Waarop hij ook graag tekende, en met een aangeboren talent.  Hij later was gaan schilderen.   

Burton die graag naar hem luisterde. Nu dus over waar ze opp jacht waren. En wat ze dwars zat. Hoe vrouwen met hun consolidatie in verstarring nau­welijks nog innovaties toe lieten. Hun basis, zo gek nog niet. ‘Garandeerde bestaanszekerheid, En voor mannen zelfs dubbel’. En als zwerver leuk mogen bijverdienen. ‘Dat is over als Chiavel zijn zin krijgt’. moeten wij weer aan de bak’, ‘Voor superrijken  als  hij’.

Chiavel, hun beschermheer, baas. Die Kervin had leren kennen in de bergen, op een trektocht ontmoet. En ervaren als ook een prater. Met al snel op één noemer. De mannen onwaardige psitie. En Chiavel die geloofde in herstel van dat eens stom fatale.

Daarmee op één noemer met zijn vriendin Verna. Als zwerver leren kennen. Ook praatgraag.  En levend in een rijke taal. Daarmee op al zijn vragen een antwoord. Met wel altijd weer een vraag.  Waarmee allen het heden duidelijk en de toekomst open bleef.

Verhalen waarmee hij Chiavel weer wist te imponeren. Met ook twijfel over alles . En die dat heden anders wilde. ‘Met wat wij mannen nu zijn alleen via dit soort vrouwen mogelijk. Koester die ralatie Kervin’.

        Chivel zoon van een rijke wijnboer. Die het hield met maar één vrouw. Kennelijk heel tevreden met  hem en alzijn huisvrouw. Met hem nog twee dochters. Op mannelijke wijze heel rijk geworden met concurrentie van alleen wijnvrouwen. Daardoor wel overwerkt en dood. Waarna zijn zusters, die hij de zaak had laten runnen die overnamen. Hij heel rijk kon doen wat hij wilde. Met waarin hij goed was. Met mannen daarover praten. Hij z’n  horst kocht. In preantieke tijden een roversnest op een piek. In antieke tijden verbouwd tot een zakencentrum. Met geld geen probleem. Na een tip van Kervin. Hem als dank aanbood om zijn huisman te worden. Wat hij vrij schamel gehuisvest graag had aanvaard.

Waarbij hij tevens leiding kreeg over zijn garde.  Die Chij voor zijn plannen meende nodig te hebben, Twaalf mannen geregeld genodigd om hem aan te horen. Over herstel van het manne;ijk. Met allen nog de vraag hoe.

      Soms stagneerde hun conversatie. Zoals die ochtend, beide nog moe van de nacht. Na een worsteling door kreupelhout weer uitkijkend over zo’n een eindeloos ogende vlakte met een noordooster diepvriesadem in hun rug. Ze weer eens zich gedwongen voelden de baan te moeten nemen. Het tempo van die mei­den was moordend. De de horst die volgde. Illegaal maar moest mogen. Daarbij die nachten in de herbergen. Met de vrouwen die wisten te feesten. Zowel aantrekkelijk als gulzig.  Was ook even wen­nen. Ze in hun zuiden beduidend tammer. Elke ochtend moeite om op gang te komen en in het juiste ritme te , mede voor hun discour.

   ‘Burton, niet verzaken. Dank zij de vrouw zijn wij zingevend’. ‘Ja, ja voral s’nachts’. Ze gleden comfortabel voort in de luwte van een diep in het landschap gesneden rivier. En Kervin weer een verrassend betoog wilde opbouwen, maar nog niet wist hoe en waarover. En zo maar wat begon.

 ‘In de natuur jaagt vooral het vrouwelijk. Beperkt het mannelijk zich tot het bewijzen van z’n genen.  En mee-eten. In onze eerste stamverbanden was dat ook zo. Keken wij toe hoe zij nijver bezig waren. Op onze akkers en met de kinderen. Wachtend tot het eten klaar was. Alle tijd daarover  te filosoferen.  Ons bewust te worden van onze positie  in de schepping. Waarna het met bedachte religies uit de hand liep.  Vooral voor vrouwen. Maar ook voor de meeste mannen. Bezit en posities die heilig werden verklaard bij de gratie van hogere machten. Dus  van de sterkste en rijkste. Figuren als Cjiavel. . Roofridders die zich van adel bedachten. Met steun affels, SS,  van mannen. De verliezers. Met sterren en strepen ook iets van winnaar. Die garde van Chiavel, eeen  dSS. Wij zijn SS ers, Burton. Op pad gelast door deze ijswoestijn.’. ‘We moeten daar  weg Kervin’.

 ‘Die vriendin van jou, die Verna, van Handhaving, is toch ook zo bezig  met  dit soort verhalen? Vindt het huidige toch vrouwvernederend’? ‘Die gelofd niet in die mutatie. Denkt dat het nog steeds dat virus is. Maar hoe?  En daarover  heeft  die Estrice iets ontdekt. Wat ze niet wil weten. Wat ik weer heb ontdekt. De reden immers waarom wij hier achter haar aan hollen’.   

Kervin, een man met een vrouwelijke inslag. Waardoor hij op Verna viel.Waardoor hij in een steeds rijkere taal kwam te leven. ‘Verna laat je altijd vragen stellen en daarmee doordenken.

Burton had hij als zwerver had leren kennen van twee vrouwen met een eethuis. Waar hij geregeld mocht mee-eten. En niet  slecht, dank zij Burton die voor ze de keuken deed. Die graag met z’n handen creatief bezig was. Van z’n moeder a had leren koken, Die ook een wijnkenner was. Iemand die ze voor de horst zochten. Burton die vrouwen wel een beetje gehad die dat ook zag zitten. Die graag tegen iemand aan leunde. Wat Kervin werd. Die voor hem een soort vader vwerd.

 Verna, de tegenpool van Chuavel. . Hij wil terug naar het verleden. Zij vreest de toekomst.  Geloofd in de evolutie. Die van iets uit niets  met de oerknal. Op aarde daarin de mens nu aan zet. wij mannen met onze laatste rol daarin. Zijn wij een twijg aan de stam op afsterven. Wij hebben onze langste tijd gehad, Burton. Nog zijn we nodig voor hun voortplanting. Maar voor hoelang nog? Dat het anders kan en dan beter heeft zich al bewezen.

Even wilde Burton helemaal niets meer horen en liet hij Kervin voor zich uit gaan. Ze stonden aan de rand  een bevroren waterval.  Hun bergklimkunde nodig voor een veilige afdaling.  Die hin­dernis overwonnen helemaal uitgeput en toe aan rust en eten.

Eenmaal ge­laafd kwam Kervin weer op gang.  kwammet zijn onheil. Dat geheim van die Estric. Als ze dat  menen te moeten mogen. Of al niet meer aan te ontkomen. Gaat de kosmos zonder ons verder. Weer een zegen voor de mensheid? Verna die dat op ons jagen  maar de evolutie onwaardig. En kosmisch bezien ook overbodig. En ’terug  in de evolutie?’ ‘Weer omhoog tegen die ijswand die we net zijn afgedaald.  Die kent geen weg achteruit’.Burton keek even naar de die. Omhoog zou moeilijk worden. 

‘Maar waarom is haar verhaal waar. Wat is de vraag daarin besloten. Alles wat de wereld voor ons in petto heeft ontdekt is volledig uitontwikkeld. En wat Chiavel wil. Dat deugt niet’. ‘Zou best eens kunnen. Ik vertrouw hem niet. En er is iets met die horst. Dat waar we niet in mogen, dat altid op slot zit, bij dat zwembad.

 ‘Volgens Verna heeft  dat geheim van Estrice ook iets te maken met onze filters. Waardoor we de wereld zien, die bedenken. Dat immaterieel fenomeen van ons denken dat we beleven als onze essentie. Bepaald door ons materiële er zijn. Lichamelijk en materieel met dat denken verlengd, In het bijzinder ons brein met de taal   waarin we denken en en daarmee leven. Iedereen op eigen wize en daarmee uniek. ‘Burton, wat weten we van die filterd? Die Estrice die daarin ook specialist is. Filters waarmee ze ook al aan het rotzooien zijn’

Filters waardoor zede wereld zagen, neleefden. Naar ieders er zijn. Materieel met z’n met driften en instincten, aanleg en talenten. En de taal waarin men leefde. Verteld gekregen en zichzeld eigen gemaakt. Verna heel rijk maar ook nogal rationeel met haar hoog geschoold geboortenest. Met daardor Kervin steeds meer en via hem weer Burton en Chaivel. Het ik naar het wij en zij.

Een brein dat net als een vomputer elektrisch werke en daarmee  ook straalde, op de frequenties van z’n belevingen en denken. Dat daarmee te lezen is. Met speiaal daarvoor ontwikkelde kappen en AI. Daarmee ook dat filter. Op en scherm te presenteren en handboeken om ze te duiden. Een  platje met patronen, strepen, spotten, wazen, nevels min of meerdoorzichtig  in kleuren, koude, warme, gemengde. Een platje  al naar actueel er zijn. Een mens ontmoeten, een boek lezen en met weer andere details. Van kleur veranderen.

Medici die kndren een kap mochten opzette.  Volwassen alleen met toestemming. Wat het Consult zeer ten goede was gekomen. Burton die er net een had gehad en die een paarboeken waren aanbevolen. Kon ook een film zijn of een potcast. Handhaving die ze na een misdaad mocht lezen. ‘Best mogelijke dat Verna de onze kent, als SS-ers van Chiavel’. Hij wordt ergens van verdacht en daarmee wij ook’. ‘Kervin nogmaals die horst die deugt niet, we moeten daar weg. Weet je niets vrolijker te verzinnen,’ en gooide balorig een sneeuwbal naar hem. ’ Wat even leidde tot een ontspannend gevecht.

Dat duurde tot Kervin in de verte weer eens iets meende te ontwaren. Tekens uit het verleden, voor hem dé grote verrassing van deze tocht. Vanaf een heuvel ditmaal een bizar ritme van rechthoeken met sporadisch boven de bomen de resten van betonskeletten. De komende uren daarin helemaal opgaans. Uitzoeken welke stad het was geweest, het stratenplan raadplegend, straten en gebouwen noterend. Films maken voor later thuis. Uren ploeteren door dichtbegroeide resten van volgens hem van een staalbedrijf. Toen mede verantwoordelijk voor die vloedgolf.  Besneeuwde roestkegels, hoogovens. Uit gaten struiken en zelfs bomen. Het even helemaal gelukkg. Maar ze moesten verder.

 ‘Man, zeur niet en geniet even van ons verleden. Hier komen we nooit meer. Dit mag ik niet missen. Die vrouwen best wel voor een keer. keer. Kervin besliste graag en stellig over wat hij voor zijn hier en nu belangrijk vond. En dat was toen net even niet hun opdracht. Die nacht weer in tent.  Op de hoogste nog net begaanbare vloer van een naar de hemel reikend skelet. Een vergezicht in het roze van de ondergaande zon. In de luwte van muurresten. Later boven ze de schittering van sterren, in de verte het huilen van wolven. Eindelijk weer eens lekker alleen in een slaapzak ongestoord in- en uitslapen. De volgende ochtend zich laten wekken door de zon. Ker­vin die er maar geen genoeg van kon krijgen. ‘Laten we hier een paar dagen blijven. en dan maar weer de baan. Bedank Chiavel, dit was al ons zwoegen wel waard.’

 ‘Hier speelde dus die legende, dit was het eens waar zij geschiedenis schreven. Deze bakens in het landschap, voor iemand met geen wortels in dat ver­leden zonder betekenis. ‘Die wij wel hebben, mede dank zij Dhiavel’.

Eens een grote stad.  Met toen fraaie kades langs de rivier die ze hesloopt had. In het voorjaar weermet kolkend water verder deze vergane glorie slopend. Samen genietend van de warmte van opkomende zon, de tragiek van hun geschiedenis doorlevend. Het duurde dan ook lang voor ze weer op weg waren.

‘Boeiend, al die verhalen van je, Kervin. Maar wat gaat er met ons gebeuren, wat is onze toekomst? Wordt die net als van deze steden, spoelt de tijd ook ons weg?’ Ze gleden op hun skiën comfortabel voort over het besneeuwde ijs van een brede rivier met een stevige wind in de rug.

‘Geen flauw idee. We zijn hier om dat uit te zoeken toch. Als ze onze huidige positie willen belagen dan moeten we dat zien te voorkomen. Die laten we niet bederven door wat ze mogelijk hebben uitgevon­den. Burton, nogmaals, hoe komen wij achter haar geheim? Wat voor slims valt er te bedenken? Met onze huidige aanpak schieten we geen donder op.’ Hoe kregen ze die vrouw aan de praat, over iets wat ze zelf al niet wilde weten? Met luchtige gesprekken, een beetje uitdagend babbelen en haar vooral aan het woord laten? Dat laatste was niet moeilijk gebleken, maar tot op heden zonder het gewenste resultt.  En waarom zou ze ook met hen er over praten? Die tactiek moesten ze vergeten, kon alleen maar tot argwaan leiden. Haar rapportages zien te bemachtigen. Als Y-specialist was ze verplicht alles te noteren, dus ook dit geheim. De code waarachter, als ze die konden stelen. Onbegonnen werk.  Zelfs een deskundige als Verna zou dat niet lukken. Meeluisteren met wat ze te babbelen hadden. ‘Zien te belanden in haar home  Burton, dat wordt onze strategie. Je presenteren als een snoepje voor hun roedel. En ze dan ze zien af te luisteren!’ In die herbergen wordt het niks’.

Ik weer gigolo spelen, he’.  ‘Nee, net als ik schrijft ze, en ook op papier.  Is me al een paar keer opgevallen. Geregeld wat noterend, in zo’n ouderwets boekje.  Ze is een schrijfster, Burton. Ze heeft vast een dagboek.  Praten ddoe je van nature, en daarom te instinctief.  Schrijven laat je nadenken en je woorden wegen. Estrice, zij is net zo’n woordenaftaster als ik. Dus als ze wat te verbergen heeft.. Onthoud dat goed voor als je bij ze thuis bent.’